San Carlos
Twintigste en Eenentwintigste Eeuw
Na de coup van 1910 en de installatie van een nieuwe president, trekken de Amerikanen zich weer terug. Direct daarna breken de ongeregeldheden tussen de Liberalen en Conservatieven weer uit. In 1912 sturen de VS wederom mariniers naar het gebied op verzoek van de zittende president. Tot 1933 zitten er, met een korte onderbreking, steeds Amerikaanse mariniers in Nicaragua, waardoor de VS de feitelijke machthebbers zijn op dat moment: ze eigenen zich de spoorwegen toe, de grensposten, de banken en de mijnen en Nicaragua moet grondgebied inleveren ten gunste van Amerika.
In 1916 verwerven de VS het alleenrecht voor 99 jaar op de aanleg van een eventueel kanaal in Nicaragua. Het idee hierachter was er voor te zorgen dat niemand anders een kanaal zou aanleggen in Midden-Amerika, terwijl de Amerikanen bezig waren met het Panamakanaal. De compensatie die Nicaragua voor het alleenrecht krijgt, bedraagt drie miljoen dollar en moet worden gebruikt om schulden aan de VS af te betalen.
Het vertrek van Zelaya en de ondertekening van het verdrag storten Nicaragua in een politieke crisis, een uitstekende voedingsbodem voor gewapend verzet dat zich in de komende jaren zal aftekenen.
In deze periode raakt de regio Río San Juan in de vergetelheid. Een kanaal behoort niet meer tot de mogelijkheden en de rivier is steeds moeilijker begaanbaar. De havenstad San Juan del Norte, ooit het centrum van commerciële activiteiten verwordt snel tot een dorpje van arme vissers. Tot 1950 wordt er nog slechts een klein deel van de rivier bevaren voor commerciële doeleinden.
Augusto Cesar Sandino
In 1925, wanneer de Amerikanen tijdelijk het land hebben verlaten, nemen de Liberalen de wapens weer op tegen de Conservatieven. In datzelfde jaar richt Augusto Sandino een eigen leger op met eigen geld om de Liberalen te ondersteunen. Sandino wil landhervormingen in Nicaragua bewerkstelligen en vindt dat de Liberalen daarvoor de aangewezen partij zijn.
In 1926 keren de Amerikanen weer terug en de strijd in het land gaat door. Onderhandelaars van de VS stellen de partijen een vredesplan voor dat o.a. bepaalt dat beide partijen moeten ontwapenen en de verdediging van het land voortaan aan beroepstroepen moet overlaten. De liberale leiders accepteren het vredesplan, maar Sandino is tegen. Hij vindt dat de Amerikanen het land moeten verlaten en trekt zich met zijn ondertussen gegroeide leger terug in de bergen om een guerilla-oorlog te beginnen tegen de Amerikaanse mariniers en de Nationale Garde. In alle gebieden die door het leger van Sandino worden beheerst, en dat zijn rond 1931 bijna alle departementen op het gebied rond de hoofdstad na, worden coöperaties opgericht. Amerikaanse bedrijven worden onteigend en er wordt land uitgedeeld aan landloze boeren. Overal uit de wereld ontvangt Sandino steunbetuigingen van communisten, sociaal-democraten en nationalisten.
Inmiddels is in de VS een nieuw bewind aangetreden onder leiding van Roosevelt en staat de politiek van "non-interventie" en "goed nabuurschap" hoog in het vaandel. De Amerikanen komen in opstand tegen het nodeloos sneuvelen van soldaten in Nicaragua. Daarop trekken de Amerikanen zich in 1933 terug en accepteert Sandino het vredesaanbod van de regering. Op 21 februari 1934 wordt Sandino in een hinderlaag gelokt en op bevel van gezaghebber Anastasio Somoza vermoord door de Nationale Garde.
Muurschildering van Sandino op de sporthal in
San Carlos
De Somoza dynastie
Na het vertrek van de VS uit Nicaragua slaagt de Nationale Garde er in de machtigste instelling van het land te worden. De garde voert niet alleen militaire activiteiten uit, maar ook politie en juridische zaken.
Somoza krijgt de smaak van de macht te pakken en zet zich in de staatsmacht te veroveren met behulp van een soort knokploegen, die de macht in het land aan het wankelen brengen. In 1937, na de inname van het presidentieel paleis, laat Somoza zich tot president kiezen, zonder dat er tegenkandidaten zijn. Anastasio Somoza richt voor de schijn een politieke partij op, de Liberaal Nationalistische Partij, die tot 1979 minstens 60% van de zetels in het parlement bezit. In 1950 worden de Conservatieven in het parlement toegelaten als enige oppositiepartij.
Somoza is intussen hard bezig zichzelf en zijn familie te verrijken en de VS gunstig te stemmen, die niet zo gelukkig zijn met het feit dat hij ongrondwettelijk aan de macht is gekomen en blijft.
In 1956 wordt Somoza vermoord door een dichter, in de hoop dat dit een opstand tegen de Somoza's zal veroorzaken, maar dat mislukt. De zonen van Somoza, eerst Luis en later Anastasio jr., zetten het bewind voort.
Luis probeert de dictatuur wat te verzachten en enkele veranderingen door te voeren. Maar terwijl hij deze pogingen onderneemt is Anastasio jr. als hoofd van de Nationale Garde nietsontziend en pakt iedereen aan die van anti-somozisme wordt verdacht.
In 1967 sterft Luis Somoza en wordt opgevolgd door zijn broer. Deze maakt van de Nationale Garde wederom een belangrijk machtsmiddel, waarvoor de gardisten beloond worden met belastingverlagingen, stukken grond en andere voorkeursbehandelingen. Somoza slaagt erin de politieke controle (hij is president), de militaire controle (als hoofd van de Garde) en de economische controle in handen te krijgen.
Wanneer in 1972 Managua door een aardbeving wordt verwoest, waarbij duizenden doden vallen en honderdduizenden dakloos raken, is het einde van de dynastie in zicht; Somoza werpt zich op als hoofd van het Nationale Noodcomité en verduistert financiële en materiële hulp geboden door het buitenland. Vanaf dat moment groeit in Nicaragua het verzet tegen de dictator, dat uiteindelijk in 1979 leidt tot het omverwerpen van de dictatuur en de Sandinistische Revolutie een feit maakt.
Ernesto Cardenal en Solentiname
De priester-dichter Ernesto Cardenal sticht in 1966 een geloofsgemeenschap op Solentiname. Bevrijdingstheologie en poëzie zijn twee zaken die hij hoog in het vaandel heeft staan. Hij werkt hard aan het winnen van het vertrouwen van de bevolking van de archipel en stimuleert ze iets te doen met hun kunstzinnige kwaliteiten. Solentiname wordt een bloeiend centrum van volkskunst, waarvan naïeve schilderkunst, poëzie en houtsnijwerk de belangrijkste uitingen zijn. Daarnaast worden zijn geloofsgemeenschap en zijn ‘misa campesina', de boerenmis, een begrip in heel Nicaragua.
Solentiname staat heden te dage nog steeds bekend als een centrum van kunstnijverheid. Veel bewoners maken naïeve schilderkunst of houtsnijwerk uit balsahout.
Bewoners op Solentiname maken houtsnijwerk van balsahout
De aanloop naar de Sandinistische Revolutie
De Sandinistische Revolutie, die wordt ingeluid met de overwinning op de dictatuur in 1979 wordt vooraf gegaan door 18 jaar guerrillastrijd door de Sandinisten. Zij winnen vanaf eind jaren '50 steeds meer terrein in Nicaragua, gevoed door de het succes van Castro's leger in Cuba. Somoza wordt geconfronteerd met vele opstanden tussen 1958 en 1960. De guerrillastrijders worden tot op de laatste man door de Nationale Garde vermoord. In León zijn er drie studenten die de activiteiten van de nieuwe Sandinisten met interesse volgen en besluiten een nieuwe sandinistische beweging op te zetten, die zij het Frente Sandinista de Liberación Nacional (Het Sandinistisch Front voor Nationale Bevrijding) noemen. Als vlag kiezen zij de kleuren rood en zwart, symbool voor het anarchisme. Vanuit de Nicaraguaanse jungle beginnen ze een gewapende strijd voor te bereiden. Stap voor stap winnen de Sandinisten terrein: er worden comités opgericht en jongeren helpen de boeren op het platteland, leren hen lezen en schrijven en verstrekken medische zorg. De Nationale Garde treedt wederom hard op en vaagt het grootste deel van de groepen in 1967 weg.
De resterende Sandinisten duiken onder en bereiden diverse acties voor, zoals vliegtuigkapingen en bankovervallen, met als hoogtepunt op 27 december 1974 een gijzeling van een groep somozisten in een huis in Managua. De Sandinisten worden wereldwijd bekend. Somoza reageert met een repressieve campagne: tussen 1974 en 1977 sterven en verdwijnen er duizenden mensen.
In de tussentijd sluiten zich steeds meer mensen aan bij de beweging, maar ontstaat er ook een discussie binnen de beweging over de richting die men op wil. Het Frente valt in 1975 uiteen in drie groepen. De bekendste ervan is waarschijnlijk wel de groep van de Terceristas (de Derde Manier), onder leiding van Daniel en Humberto Ortega. Zij geloven dat een snelle militaire overwinning in Nicaragua mogelijk is. Pas eind 1978 komen de drie groepen weer bij elkaar en treden gezamenlijk op.
Aanval vanaf Solentiname
In Río San Juan vindt er op 13 oktober 1977 een aanval plaats op het kwartier van de Nationale Garde in San Carlos. Een van de vorige burgemeesters van San Carlos, Gloria Guevara Silva, en haar familie was nauw betrokken bij deze aanval. De familie was in de jaren '70 betrokken geraakt bij de verzetsbeweging tegen Somoza.
De grootscheepse aanval van 13 oktober was gepland voor doelen in heel Nicaragua, maar het plan wordt uiteindelijk op het laatste moment afgeblazen. Door problemen met de communicatie krijgt de groep op Solentiname het bericht niet door en start de aanval. Met negen man, waaronder de Gloria en haar broers Alejandro en Donald, vallen ze het fort aan, maar slagen niet. Ze vluchten richting Costa Rica, maar Donald en Elvis Chavarría, een van de andere leden van de groep, worden gevangengenomen en later geëxecuteerd.
Als vergelding laat Somoza San Carlos bombarderen en verwoest daarmee grote delen van San Carlos en Solentiname.
Gloria verwierf politiek asiel in Panama en keerde na de Sandinistische Revolutie terug naar Nicaragua.
Hoewel de aanval in 1977 niet slaagde kijken de Sancarlenen nog steeds met trots terug op dit historische moment.
Muurschildering van de aanval op San Carlos
Moord op Pedro Joaquín Chamorro
Chamorro, hoofdredacteur van de Nicaraguaanse krant La Prensa is fel tegenstander van Somoza en schrijft in zijn krant stukken die zijn gevoel ten opzichte van het bewind uitdragen. Wanneer hij op 10 januari 1978 wordt vermoord, komt ook de burgerij, die steeds minder vertrouwen had gekregen in het bewind van Somoza, in opstand.
Wie de dader is, is onbekend, maar de sporen leiden in de richting van de zoon van Anastasio jr. en leden van de Nationale Garde.
De Sandinistische Overwinning
De strijd van de Sandinisten duurt voort. Ook de burgerij slaat haar handen ineen en richt een oppositiepartij op, het Frente Amplio de Oposición (het Front van Brede Oppositie).
De Sandinisten, die proberen een gematigd imago uit te stralen, krijgen al snel internationale steun van Cuba, Costa Rica, Panama en Venezuela. In dezelfde periode brokkelt het vertrouwen van de VS in Somoza, onder leiding van president Carter, steeds meer af.
De landen om Nicaragua heen steunen steeds meer de strijd van de Sandinisten en in juni 1979 neemt de Organisatie van Amerikaanse Staten de beslissing steun te betuigen aan de omverwerping van de regering van het zittende lid Nicaragua. Hoewel Carter niet gelukkig is met Somoza, probeert hij toch te bemiddelen tussen de regering en de rechtervleugel van het Frente Amplio de Oposición. Zo hoopt hij het FSLN de pas af te snijden. Maar Somoza is niet van plan verkiezingen of een referendum uit te schrijven; de onderhandelingen lopen stuk. In een laatste poging een alternatief te bieden, stellen de VS een plan voor waarin Somoza moet verdwijnen, maar waarin de Nationale Garde en de partij van Somoza de twee belangrijkste pijlers van Nicaragua zullen blijven.
Intussen starten de Sandinisten hun eindoffensief. De beweging is ondertussen uitgegroeid tot een leger van zo'n 5000 beroepsstrijders en wordt gesteund door zo'n 10.000 vrijwilligers en kan daarmee wedijveren met de Nationale Garde. Er volgt een bloedige strijd waarin vernietiging, vergelding en folteringen centraal staan. Maar de FSLN is niet tegen te houden en ze rukken op naar Managua. Somoza ontvangt geen steun van Amerika en ziet geen andere mogelijkheid dan het land uit te vluchten op 17 juli 1979. De Nationale Garde geeft zich over. Twee dagen later roepen de Sandinisten de overwinning uit. Anastasio jr. wordt balling in Paraguay, waar hij in 1980 in zijn auto wordt opgeblazen.
De bloedige burgeroorlog kost ongeveer 50.000 mensen het leven.
Een nieuwe maatschappij
Na de overwinning willen de Sandinisten een nieuwe maatschappij creëren, waarin er sprake zal zijn van verschillende politieke partijen, een gemengde economie en het varen van een internationaal niet-gebonden koers. Ze starten met grootscheepse alfabetiseringscampagnes en er komt gratis onderwijs, gezondheidszorg voor iedereen en gesubsidieerd basisvoedsel voor de minst draagkrachtigen.
Het land wordt bestuurd door een junta, bestaande uit Daniel Ortega, Moisés Hassán, Sergio Ramírez, Violeta Chamorro (de vrouw van de vermoorde Pedro Joaquín en later president van Nicaragua) en Alfonso Robelo. Allen vertegenwoordigen een verschillende politieke partij, hoewel de groepen van Ramírez en Hassán sterk gelieerd zijn aan het FSLN. De wetgevende en rechterlijke macht worden ook hervormd en in alle geledingen zijn mensen te vinden van diverse partijen en met diverse achtergronden. Maar de militaire macht blijft in handen van het FSLN.
Binnen een jaar ontstaan de eerste scheuren in de junta: de ideeën van de FSLN-gelieerden en de beide andere partijen komen niet overeen. Chamorro en Robelo stappen uit de junta en worden vervangen.
Cardenal als Minister van Cultuur
Ernesto Cardenal vertrekt uit Solentiname in 1979, na de overwinning van de Sandinisten, om Minister van Cultuur te worden. Tijdens zijn ministerschap breidt hij het model van Solentiname over heel Nicaragua uit en richt hij overal poëziewerkplaatsen op. Belangrijk voor Cardenal is dat cultuur dóór het volk wordt gemaakt in plaats van vóór het volk. In 1980 brengt hij richtlijnen uit voor het schrijven van een goed gedicht, waarmee hij in het land een rel veroorzaakt, omdat sommigen vinden dat het een afkondiging is van een officiële staatsstijl. De gevestigde kunstenaars komen er in het beleid van Cardenal bekaaid af en protesteren hier tegen. De strijd laait zover op dat de Sandinistische partij in 1982 elke discussie over cultuurbeleid verbiedt.
Gebruikmakend van de verdeeldheid die is ontstaan, besluit de Bond voor Kunstenaars, o.l.v. de vrouw van Ortega, zich vooral te richten op de gevestigde kunstenaars. Steeds meer ontwikkelt de Bond zich tot een tweede Ministerie van Cultuur, wat uiteindelijk leidt tot de opheffing van het Ministerie in 1988.
Cardenal is tot op heden nog steeds actief in de kunsten en heeft zijn eigen atelier in Managua.
De Contra's
Na de machtsovername door de Sandinisten vluchten veel ex gardisten naar o.a. Honduras, waar zij zich verenigen en zich uitroepen tot zogenaamde contrarevolutionairen ("Contra's"). Ze zijn vaak ongeorganiseerd en slechtbewapend en voeren aanvallen uit op grensposten en brigades van de alfabetiseringscampagnes, maar ze worden nog niet als serieuze bedreiging gezien.
Als Reagan in 1981 president wordt van de Verenigde Staten verandert er één en ander in de organisatiegraad van de Contra's. Hij geeft de CIA toestemming zich met de Contra's te gaan bemoeien: er worden trainingskampen opgezet en er wordt financiële en materiële steun geboden.
Maar ook in de VS leest men de verhalen die in de kranten verschijnen over gewelddadige Contra's die op beestachtige wijze oorlogvoeren. In 1982 wordt er in het Amerikaanse congres het zogenaamde Boland Amendement aangenomen, waarin het de CIA wordt verboden de Contra's te ondersteunen. In 1984 wordt het amendement aangescherpt en geldt dan voor alle overheidsinstanties. Hierdoor wordt steun aan de Contra's welhaast onmogelijk.
Verkiezingen in Nicaragua
In 1984 vinden de eerste democratische verkiezingen plaats en de FSLN zet Daniel Ortega in. Op 4 november van dat jaar gaat 75% van de kiesgerechtigden stemmen. De verkiezingen verlopen eerlijk. De FSLN behaalt met 67% van de stemmen de overwinning. Na de verkiezingen verandert in Nicaragua de staatsinrichting: in plaats van een junta en een Staatsraad krijgt het land een president en een parlement.
Reagan ziet de Sandinistische regering als een bedreiging voor de democratie en besluit de activiteiten van de CIA over te dragen aan de Nationale Veiligheidsraad, omdat die volgens hem buiten het verbod van het congres valt. Oliver North, luitenant-kolonel van de Nationale Veiligheidsraad probeert bij verschillende landen financiële steun te vinden om de strijd van de Contra's voort te zetten. Een aantal landen is bereid de strijd te steunen, maar dat is niet genoeg.
In hetzelfde jaar dient Nicaragua bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag een aanklacht in tegen de Verenigde Staten wegens onrechtmatig gebruik van geweld tegen het land door rechtstreekse aanvallen en het geven van training, financiële en materiële steun aan de Contra's. In 1986 verklaart het hof de VS schuldig en verplicht hen een boete te betalen. De VS verwerpt het vonnis door te verklaren het Internationale Gerechtshof niet te erkennen.
Wapenhandel
In 1985, als Iran en Irak in oorlog zijn, doet Iran, via Israël, een geheim verzoek aan de VS voor wapenleveranties. Ondanks het wapenembargo dat van kracht is, wordt het verzoek aan Reagan voorgelegd. Hij maakt zich op dat moment ernstig zorgen over de gijzeling van
zeven Amerikanen door Iraanse terroristen in Libanon en besluit een deal te sluiten met Iran: de VS levert de gevraagde wapens via Israël en de gijzelaars zullen worden vrijgelaten. Iran laat echter maar een gijzelaar vrij na de eerste wapenleverantie. In een poging meer gijzelaars vrij te krijgen, wordt er een tweede leverantie georganiseerd, maar de levering via Israël mislukt. Vanaf dat moment besluit North dat de VS de wapens zelf moet afleveren om verdere problemen te voorkomen. Het Congres wordt van de acties niet op de hoogte gesteld.
De geheime transacties komen aan het licht door twee los van elkaar staande gebeurtenissen. Op 5 oktober 1986 wordt er in de jungle van Nicaragua een vliegtuig naar beneden gehaald door de Sandinisten. Bijna de gehele bemanning komt om, behalve Eugene Hassenfus, die verklaart voor de Amerikaanse regering te werken. Het vliegtuig zit vol met wapens voor de Contra's, die in het Noorden van Nicaragua met een offensief bezig zijn.
Hassenfus wordt gevangengenomen
In november van het zelfde jaar publiceert een Libanees tijdschrift een artikel over de wapenhandel van de VS in ruil voor gijzelaars. Het nieuws wordt in heel de wereld opgepikt. Tijdens het onderzoek dat in Amerika volgt om de waarheid boven tafel te krijgen, wordt duidelijk dat slechts een deel van de door Iran betaalde gelden voor de wapens in de schatkist van de VS is terecht gekomen. Oliver North verklaart dat hij, met medeweten van de Adviseur van de Nationale Veiligheidsraad, Admiraal John Pointdexter, geld van de wapenverkoop heeft doorgesluisd naar de Contra's. Hij nam gemakshalve aan dat hij daarbij ook de steun van de president had. De geruchtenmachine over de betrokkenheid van Reagan en zijn vice president George Bush Sr. maakt in die tijd overuren en de Iran-Contra affaire is geboren.
Hoewel zijn reputatie een fikse deuk heeft opgelopen tijdens het Iran-Contra schandaal is de populariteit van Reagan nog steeds groot en niet alleen in de VS. Op 11 juni 2005 heeft Ronald Reagan een staatsbegrafenis gekregen. Of hij daadwerkelijk een rol heeft gespeeld in het schandaal is tot op heden nooit bewezen.
Gevolgen van een oorlog
De oorlog tussen de Contra's en de Sandinisten maken van het land een puinhoop. Er wordt steeds meer geld besteed aan defensie en de hervormingsprogramma's waarmee zij het land wilden veranderen, worden niet meer uitgevoerd of maar gedeeltelijk. De productie neemt af, omdat velen moeten meevechten om het Sandinistische ideaal te verdedigen. Veel families zien hun kinderen in de oorlog sneuvelen en geven de FSLN daarvan de schuld. Ondanks dat gaat de FSLN in 1990 vol goede moed de verkiezingen in. Hoewel het land steeds verder afzakt door de oorlog, ziet de FSLN de versnippering die zich in het Contra-kamp aftekent als een goed teken voor de overwinning in de verkiezingen.
Omdat de Contra's sterk verdeeld zijn, probeert de VS op een andere manier een stevige oppositie te organiseren en financiert de oprichting van een geheel nieuwe partij, de Unión Nacional Opositora (Nationale Unie van Oppositie). Presidentskandidaat voor die partij is Violeta Chamorro, weduwe van de vermoorde Pedro Joaquín Chamorro. Zij belooft het land vrede te brengen, de dienstplicht af te schaffen en de economie een nieuwe impuls te geven.
Voor de FSLN is wederom Daniel Ortega de kandidaat. Alle inspanningen tijdens de campagne van de FSLN ten spijt, wint Violeta Chamorro met haar UNO de verkiezingen. Ze behaalt ca. 54,7% van de stemmen. De Nicaraguanen hopen dat Chamorro, gesteund door de VS, kan zorgen voor een verbetering van de economische situatie van het land en een einde kan maken aan de oorlog.
De piñata
Tussen de verkiezingen en de machtsoverdracht zit een periode van enkele maanden. De Sandinisten maken van de periode gebruik om in het parlement nog enkele wetten door te drukken. Positief daaraan is dat nu eindelijk het grondeigendom voor boeren die in de jaren '80 grond hadden gekregen van de Sandinisten, werd geformaliseerd. Hun land is daarmee veiliggesteld. De negatieve kant van het verhaal is dat de FSLN zich nog snel even verrijkt door het doorsluizen naar zichzelf van staatseigendommen. Deze actie gaat de geschiedenis in als de "piñata". Op zich geen opzienbarende actie voor Nicaraguaanse begrippen, maar de partij die zich zou inzetten voor een eerlijke verdeling van eigendommen, loopt hierdoor wel flinke imagoschade op. Binnen de partij ontstaat ook een roep om hervorming. Dit leidt uiteindelijk tot een scheuring binnen de FSLN.
De tijd onder Violeta Chamorro
Het bewind van Chamorro luidt het begin van het eind van de oorlog in. Vele Contra's leveren hun wapens in en de rust lijkt in het land te zijn hersteld.
Doña Violeta weet ook veel hulpfondsen uit de VS binnen te slepen, die het democratiseringsproces van Nicaragua willen ondersteunen.
Er ontstaat echter wel protest in haar partij, onder de extreem rechtsen. Zij splitsen zich dan ook af. Ook in het land ontstaat onrust onder zowel de voormalige Conta's als onder de Sandinisten. Beide partijen vinden dat Chamorro zich niet aan gemaakte afspraken houdt en nemen opnieuw de wapens op. Pas in 1997 sluit de laatste herbewapende groep vrede met de dan in functie zijnde president Alemán.
De verhoudingen met de VS, ondanks hun steun in het begin, verlopen onder Chamorro ook steeds minder soepel. Chamorro is volgens de VS veel te vergevingsgezind naar de Sandinisten toe. Daarnaast eist de VS dat Amerikanen die eigendommen zijn verloren tijdens de revolutie, die weer moeten terugkrijgen en willen dat Nicaragua de schadeclaim tegen de VS laat vallen, die het land in 1984 bij het Internationaal Gerechtshof heeft ingediend (en waarvoor de VS schuldig is verklaard).
Chamorro besluit de VS tegemoet te komen en trekt de schadeclaim in. Daarnaast krijgen enkele Amerikanen hun eigendommen weer terug. Niettemin blijft de relatie met de VS moeizaam verlopen.
De periode Alemán
In 1996 zijn er weer presidentsverkiezingen. Hoewel er veel partijen meedoen, gaat de strijd vooral tussen de Sandinisten en de Liberale Alliantie, die door de ultrarechtse Arnoldo Alemán wordt geleid. Van de UNO was niets meer overgebleven.
Alemán is burgemeester van Managua geweest en heeft in zijn ambtsperiode veel gedaan aan ontwikkeling van bijvoorbeeld infrastructuur. De bevolking ziet hem als een man die dingen gedaan kan krijgen. Als hij een zelfde voorspoed voor Nicaragua belooft als hij Managua heeft gebracht, besluiten velen hun stem op Alemán uit te brengen. Ondanks dat, lijken de verkiezingen een nek-aan-nek race te worden tussen Ortega en Alemán. De Sandinisten voeren een campagne waarin verzoening centraal staat.
De steun van de VS en bijvoorbeeld de Katholieke Kerk gaan echter naar Alemán; de kiezers krijgen een duidelijke boodschap. Hij wint tenslotte de verkiezingen met 51% van de stemmen.
Het liberalisme van Alemán, in tegenstelling tot het liberalisme zoals wij dat kennen, staat voor een sterke staat. Daarnaast heeft de partij nationalisme hoog in het vaandel staan. Alemán wil zijn beleid uitvoeren zonder vervelende inmenging van buitenlandse staten of binnenlandse oppositie.
De partij kenmerkt zich door een fundamentele anti-Sandinistenhouding. Dat weerhoudt Alemán er echter niet van om tijdens zijn regeringsperiode een pact te sluiten met de Sandinisten, dat er voor zorgt dat functies binnen onafhankelijke staatsinstellingen netjes tussen de partijen worden verdeeld.
De problemen in Nicaragua blijven bestaan, ook onder het bewind van Alemán. De economische crisis waarin het land zich bevindt, blijft aanhouden en Alemán volgt de bezuinigingen van het IMF. De arme laag van de bevolking is hier vooral de dupe van. De gezondheidszorg wordt steeds slechter, het analfabetisme neemt toe, de werkloosheid stijgt en het grondbezit wordt weer niet geregeld.
Alemán lijkt zich tijdens zijn bewind alleen maar te verrijken met staatsgelden en gelden van internationale donoren. Tijdens het presidentschap van
Enrique Bolaños, vice-president onder Alemán en vanaf 2002 zijn opvolger, wordt Alemán schuldig bevonden aan fraude.
De periode Bolaños
In de verkiezingen van 2002 gaat de strijd tussen de liberale Enrique Bolaños en, wederom, de sandinistische Daniel Ortega.
Bolaños legt in zijn campagne de nadruk op het bestrijden van corruptie, zelfs als dat een vervolging en veroordeling van Alemán tot gevolg zal hebben. Hij wint de verkiezingen.
Bolaños maakt zijn belofte waar en schakelt de Nationale Rekenkamer in om de verdenkingen van fraude tegen Alemán te onderzoeken. Het onderzoek brengt een flink fraudeschandaal aan het licht, waar niet alleen Alemán bij betrokken is. Hij wordt veroordeeld tot 20 jaar.
De actie van Bolaños brengt echter een scheuring teweeg in het liberale kamp: veel partijgenoten zijn onbetwiste "Arnoldistas" (aanhangers van
Arnoldo Alemán) en accepteren de veroordeling niet. Zij pleiten voor huisarrest, omdat Alemán last zou hebben van zijn gezondheid.
Er ontstaat een lang durende strijd, waarbij de Sandinisten beurtelings de kant van de Arnoldistas en de Bolañistas (aanhangers van Bolaños) steunen. Pact na pact wordt gesloten om enerzijds Alemán huisarrest te geven en anderzijds hem in de gevangenis op te sluiten.
De laatste ontwikkelingen in Nicaragua betreffen de afzettingsprocedure tegen president Bolaños die, na onderzoek van de Rekenkamer, ook van fraude wordt verdacht.